Vandaag was er dus de Watewyloop. We hadden al meteen een slechte start genomen want Lomme had ons de hele nacht wakker gehouden. Hij had blijkbaar enorm last van jeuk en kon de slaap niet vatten. Mark en ik waren elk om beurt een aantal uren bij hem ingetrokken.
Vanaf ’s middags begon bij mij de spanning te stijgen. Ik was niet alleen zenuwachtig voor mezelf maar ook voor Warre. Het kind kon zich helemaal niet voorstellen wat er hem te wachten stond maar uit z’n doen kon je afleiden dat hij niet op z’n gemak was. Hij liep hier ’s middags al van de ene kant van het huis naar de andere en terug en hoe meer we zeiden dat hij zijn krachten moest sparen voor de wedstrijd hoe wilder hij werd.
Eens we ter plaatse waren en hij zijn nummertje (79) opgespeld kreeg, werd hij al een stuk rustiger. Bij mij bleef de spanning maar stijgen. Toen mijn moeder en zus erbij kwamen, begonnen ook de emoties een rol te spelen. Warre werd helemaal stil. Hij houdt blijkbaar niet van de grote massa en eventjes zag het er naar uit dat hij niet eens meer wilde meedoen. In de verte zag ik dat hij bij Mark op de arm zat terwijl de rest klaar stond om te vertrekken. Toen bleek dat het eerst aan de kleutermeisjes was. Eens die vertrokken waren, mochten de kleuterjongens zich opstellen. Warre stond helemaal aan de kant opgesteld en had de steun van Cédric en Thomas die bij hem in de klas zitten. Ze vertrokken. Warre gaf het beste van zichzelf tot hij zag dat zijn vriendje Cédric niet mee was. Hij aarzelde, wachtte, liep weer verder, keek weer achter zich… De rest heb ik niet meegemaakt want vlak voor mijn neus kwamen enkele jongens ten val. Ik keek vlug op van achter mij fototoestel, zag dat Warre de gevallen jongens probeerde te ontwijken, wilde hem toch nog fotograferen en supporteren tegelijkertijd en na 2 stuntelige foto’s was alles voorbij. (Onderstaande foto’s zijn niet van mij maar van de organisatie van de Watewyloop.)


We hadden Warre op voorhand gezegd dat de beste lopers een medaille kregen. Toen we hem na de aankomst terugvonden, had hij er al ééntje rond z’n nek hangen. Ik weet niet hoe hij zich voelde maar ‘t was alsof hij geen besef had van wat er allemaal gebeurde. Achteraf hebben we wel een paar keer mogen horen (en nog) dat hij een medaille heeft gekregen omdat hij de beste was.
Twee uren na Warres wedstrijd waren wij aan de beurt. We waren ondertussen nog naar huis gegaan om ons om te kleden en zijn dan in looppas vertrokken richting Watewy. ‘k Had al afgezien en ‘k moest nog beginnen. Naar de start van de wedstrijd toe was ik al iets rustiger geworden. Ik besefte dat ik dit alleen voor mezelf deed en dat ik mij tegenover niemand moest verantwoorden als het fout liep.
We vertrokken. Eerst een toertje rond de piste om dan de weg op te gaan. Ik had meteen mijn plaats ingenomen achteraan in de groep. Doseren was het enige waaraan ik dacht. In de eerste bocht zag ik dat Mark zijwaarts huppelde en me zocht. Ik voelde direct dat het lastig ging worden. De warmte en het slaaptekort speelden een rol. Op mijn tempo kwam ik bij Mark terecht. Hij had me opgewacht om samen verder te lopen. Ik was blij met zijn beslissing want het ging niet zoals ik verwacht had en het was dan ook een geruststelling dat iemand bij me bleef. De eerste en de tweede ronde kon ik mooi tempo houden. De derde ronde had ik het lastig en kreeg ik lichte pijn in de milt. Gelukkig waren een aantal supporters komen opdagen om me een duwtje in de rug te geven. Vanaf de vierde ronde kon ik mij weer helemaal geven en toen ik het einde zag naderen, merkte Mark op dat ik aan ‘t versnellen was. Nog een laatste rondje op de piste en ‘t was afgelopen. Na mijn aankomst vroeg ik iemand wat mijn tijd was. “Eén tweeëntwintig” riep hij me toe.
Toen ik uitgegehijgd was, drong het tot me door. Eén uur en tweeëntwintig minuten was niet waarop ik gehoopt had. Als ik uitrekende dat ik een halfuur nodig heb voor 5km dan was 1u22 teveel voor 9,7km. Ik liet het echter niet aan mijn hart komen en schoof geduldig aan voor een massage van het Wellness sportteam. Daarna nog een lekkere Sangria gedronken en richting huis vertrokken.
Later op de avond kreeg ik een bericht van een onbekend nummer: “60.15 toch niet zo slecht”.
Achteraf bleek dit van mijn oom te zijn die ook het beste van zichzelf had gegeven. Ik heb de resultaten op de website afgewacht om dit bericht te publiceren. Blijkbaar had ik de “één tweëntwintig” verkeerd geïnterpreteerd en heb ik van seconden minuten gemaakt. Ik heb mijn 9,7km dus afgelegd in één uur en vijftien seconden en daar ben ik wél best tevreden mee.
Dat Mark nog een kleine twee minuten later over de streep is gekomen, vraagt om enige uitleg. Net voor we de piste opliepen voor de laatste ronde, liepen we voorbij de kindjes die voor ons stonden te supporteren. Mark ik zo lief geweest om Warre mee te nemen en heeft samen met hem dat rondje rond de piste afgelegd. Zo heeft Warre voor een tweede keer van de belangstelling en het applaus kunnen genieten. Als een echte winnaar…