Om eens terug te komen op het thema ‘handen’. Ondanks de mooie kleuren van de paddestoeltjes, zou ik toch voor zwart wit willen gaan. Ik heb al heel wat mooie dingen gezien op het Internet en zelf heb ik ook nog een idee in m’n hoofd maar voorlopig heb ik nog geen tijd gehad om het uit te proberen. Ik zou willen rekenen op de bereidwillige medewerking van mijn oudste zoon dus moet ik ook een beetje het juiste moment afwachten.
Vorig weekend heb ik nog wat losse beelden gemaakt. Zomaar, tussen de soep en de patatten, en zonder al te veel de aandacht te trekken van mijn huisgenoten. Je weet maar nooit dat er plotseling een wereldbeeld tussen zit…
Vrijdag kwamen de jongens thuis met een veel te groot hesje aan. In de boekentas zat een begeleidende brief van de directeur.
Verkeersveiligheid is belangrijk… blablabla… school heeft hesjes aangekocht… blablabla… vragen met aandrang om ze altijd de dragen op weg van en naar school, ook als je met de auto komt…
En dan. De hesjes blijven eigendom van de school en worden op het einde van het schooljaar opnieuw opgevraagd zodat we ze enkele jaren kunnen gebruiken.
Iets in mij is niet akkoord maar als brave mama heb ik twee briefjes ondertekend dat we de hesjes ontvangen hebben, dat we er goed zullen voor zorgen en dat we ze op het einde van het schooljaar terug zullen geven. De hesjes die ik onlangs zelf kocht, zal ik dan maar opbergen tot het grote vakantie is.
Hesjes dus. Opnieuw een extra zorg voor tijdens de ochtenspits. En we zijn goed begonnen…
Vlug mijn tanden poetsen. “Warre en Lomme, doe jullie jassen aan.” Hesjes niet vergeten. Vlug nog de laatste ontbijtattributen van tafel doen. “Warre en lomme, hebben jullie al koeken mee?” Hesjes niet vergeten. Vlug een zakje voor mijn boterhammendoos en wat fruit erin. “Warre en Lomme, ga al maar naar de auto”. Die hesjes hangen hier nog. Vlug nog een fles water uit de berging. Vlug nog de mutsen meegrabbelen en met een diepe zucht de deur dichttrekken.
Auto parkeren, uitstappen en door het park naar de schoolpoort stappen. HESJES! WE ZIJN DE HESJES VERGETEN! Warre wou me nog laten terugrijden naar huis maar daar was geen tijd meer voor. Morgen beter!
Volgens Warre werd de oproep om de hesjes te dragen door iedereen goed opgevolgd. In zijn klas zouden er maar twee kindjes geweest zijn (o, wat voel ik mij schuldig) die het hesje niet droegen. Ik was aangenaam verrast maar vraag me toch af als de mensen dit gaan volhouden. ‘t Is een kwestie van gewoon worden zeker.
‘Handen’ als thema voor fotografie. Een zee van mogelijkheden maar voor iemand als ik, die niet verder komt dan wat huis-, tuin- en keukenfotografie, is ‘t even zoeken. De opdracht is al een paar maanden oud en de deadline nadert met rasse schreden dus doe ik tegenwoordig niets anders dan kijken naar wat de handen van mijn jongens doen.
Deze eerste reeks is genomen tijdens de kerstvakantie. Mijn idee was om handen te fotograferen in combinatie met een spelbord en ik dacht dan vooral aan een spelbord met zwarte en witte elementen, zoals Othello of schaken. Toen ze met hun paddestoeltjesspel afkwamen, liet ik het zwart wit idee even varen. Ik vond het rood van de paddestoelen ook wel iets hebben. Ik had graag een foto genomen van een bewegende dobbelsteen die uit één van hun handen rolde maar dat was precies wat te hoog gegrepen.
Ik wil de reeks eens opnieuw fotograferen want er zijn een aantal zaken die me storen. Ik vind de achtergrond op de eerste foto te druk. Ten eerste is er het stoffen zakje die er niet op had mogen staan en ten tweede zijn er de lichtjes van de kerstboom die te veel de aandacht trekken. Op de onderste twee foto’s vind ik de kleur van de keukentafel storend.
Tenslotte – en daar valt nu niet veel aan te doen - zit ik thuis met drie nagelbijters nageltrekkers. Mooie handen zijn bijgevolg ver te zoeken.
Lomme schrijft zijn naam sinds gisteren. Eén keer voorgeschreven, één keer zijn handje vastgehouden en dan alleen laten proberen. Vandaag toonde hij zijn kunnen aan oma; zonder voorbeeld.
Deze voormiddag kreeg ik een berichtje van een onbekend GSM nummer.
Hallo, ik ben Jules. Jullie hadden mij al een tijdje verwacht, maar ja, 51 cm en 3,7 kg, dat heeft mama en papa vannacht toch even bezig gehouden. Je kan me vinden in <Gemeente> op kamer <nummer>. Groetjes.
Twee vriendinnen stonden op het punt te bevallen en toevallig zouden ze alletwee in hetzelfde ziekenhuis bevallen. Ik wist eventjes niet voor wie ik nu blij moest zijn. Gelukkig is er nog Facebook. Daar stroomden de eerste felicitaties voor Katrien en Rudy binnen.
Katrien is de enige vriendin die ik overhield aan het secundair onderwijs. Op mijn 30ste verjaardag stelde ze me aan Rudy voor en vandaag heeft ze haar eerste kindje op de wereld gezet.
Even terugblikken naar gisteren. Het WK veldrijden in Tabor. Door feestelijkheden keken we op verplaatsing. En door andere verplichtingen keken we pas als het WK eigenlijk al gereden was.
Lomme: “Wie is er gewonnen, vake?“
Mark: “Stybar“.
Lomme: “Ik zal Stybar zijn.“
(Lommes favoriet varieert van wedstrijd tot wedstrijd.)
En dan zat hij daar heel de wedstrijd Stybar te wezen.
Lomme: “Vake? Ben ik nog de eerste?“
…
Lomme: “Vake? Ben ik NU al gewonnen?“
De hele wedstrijd lang zat hij vol spanning te kijken. En als Stybar eindelijk het zegegebaar maakte, was er de ontlading.
De wereldkampioenentrui werd voor de gelegenheid geleend van neefje Leon. Die kreeg het 3 jaar geleden al van zijn trotse overgrootvader, Roger Decock.
Het werd even spannend. Wie van de drie zou er eerst bevallen? Linde of één van mijn twee vriendinnen? En het is Linde geworden. Samen met mijn neef Kurt heeft ze een tweede kindje op de wereld gezet. Na een dochterje Louise is er nu een zoontje Laurens, geboren op 28 januari 2010.
Onderstaande tekst zag ik voor het eerst in het toilet van de woning van een chirurg. Het was zonder veel show afgedrukt op een blad wit papier maar was wel ingekaderd in een mooi lijstje. Voor zover ik kon zien, hing het er al een tijdje.
De tekst boeide me van het eerste moment. Ik las het en herlas het. Sommige woorden verstond ik niet maar de boodschap had ik wel begrepen.
Na mijn toiletbezoek, daar in die riante villa, liet het gedicht me niet meer los. Achteraf heb ik de schoonzoon des huizes gevraagd om me de tekst even door te mailen. Sindsdien hangt hij ergens tussen een hoop andere mails die vroeg of laat in de vuilbak zullen landen. Vandaag is dan ook de ideale gelegenheid om hem hier veilig onder te brengen.
Le don du sourire
Il ne coûte rien et produit beaucoup.
Il enrichit celui qui le reçoit
Sans appauvrir celui qui le donne.
Il ne dure qu’un instant,
mais son souvenir est parfois immortel.
Un sourire, c’est du repos pour l’être fatigué,
du courage pour l’âme abattue,
de la consolation pour le cœur endeuillé.
C’est un véritable antidote
que la nature tient en réserve
pour toutes les peines.
Et si l’on refuse le sourire que vous méritez,
soyez généreux, donnez le vôtre.
Nul, en effet, n’a autant besoin d’un sourire
que celui qui ne sait pas en donner aux autres.
Foto’s van mijn jongens. Ik kan er maar niet genoeg van krijgen. Na mijn fotoagenda heb ik nu ook twee fotokalenders besteld (ééntje voor op Marks bureau en ééntje voor op de mijne). Het is de ‘Bureaukalender Luxe‘ geworden van Photobox. Een zalig ding om op je bureau te hebben en heel mooi van kwaliteit. Elke week een nieuwe foto (of meerdere foto’s) van mijn liefste schatten en neen, het verveelt me nooit. Zo nu en dan zit ik onbewust met die kalender in mijn handen weg te dromen. Mijn jongens… ik kan ze geen dag meer missen.
Roland Desmet, streekgenoot en fervent blogger over wielrennen en andere dingen heeft nog eens zijn doos oude foto’s bovengehaald. En wat voor foto’s?! In essentie gaat het over mijn overleden nonkel, Paul Van Nieuwenhuyse, die jaren gekoerst heeft maar daarnaast zijn nog zoveel andere mensen te herkennen, waaronder mijn grootvader, mijn moeder, nonkels, tantes, neven en nichten en nog een aantal kennissen. Wij vinden het in ieder geval zalig om naar te kijken.
Een eerste reeks (3 foto’s) verscheen op 31 december 2008 en gisteren werden we aangenaam verrast met een nieuwe reeks (13 foto’s).
Bedankt Roland!
(Het kleine jongetje links onderaan op bovenstaande foto, is ondertussen zijn eigen carrière gestart. )
Het is niet altijd gemakkelijk om de juiste boeken te vinden die dienst kunnen doen als verhaaltje voor het slapen gaan. Te veel tekst, te weinig verhaal, verkeerde niveau, te weinig of lelijke tekeningen… De boeken die wij momenteel lenen van de bibliotheek zijn ideaal en worden enorm gesmaakt door de jongens.
Het grote boek voor de kleuters – Een lekker dik boek vol vrolijke voorleesverhalen. De verschillende, steeds terugkerende figuurtjes maken van alles mee. Ze zijn stout, blij boos of verdrietig. Ze krijgen nieuwe schoenen, moeten opruimen, lopen ‘voor straf’ weg of spelen indiaantje. Ze zijn jarig, gaan kamperen, beginnen een kikkercircus, verrassen een buurvrouw en beleven nog veel meer. Met vrolijke en kleurrijke tekeningen van Dagmar Stam. Een boek om – thuis of in de klas – elke dag uit voor te lezen.
Het grote dierenverhalenboek – Een lekker dik boek vol grappige en soms ook aandoenlijke verhalen waarin dieren de hoofdrol spelen. Over vriendschap en jaloezie, ruzie en goedmaken. Over pesten en voor iemand op durven komen. Over bang en verdrietig zijn, eerlijkheid en doorzetten. En over nog meer zaken die in het leven zo belangrijk kunnen zijn. Een vrolijk voorleesboek voor jong en oud over omgaan met elkaar, emoties en sociale vaardigheden.
Bijna alle verhaaltjes zijn hier voorgelezen. Vanaf morgen zijn deze boeken weer beschikbaar in de bib. Wij gaan andere boeken zoeken uit die reeks.
Wat zijn jullie favoriete boeken om uit voor te lezen? Alle tips zijn welkom.
Mark: “Wie het eerst zijn teen in z’n oor kan stoppen, is de koning.”
Gisteren hadden we hen het principe van de driekoningentaart uit de doeken gedaan en vandaag was mijn plan om er éne te kopen. Delhaize had geen driekoningentaart, bakker 1 was in verlof, bakker 2 was open maar er lag geen taart in het uitstalraam en ook in de OKAY geen taart te bespeuren. De Carrefour was mijn laatste hoop. Stiekem had ik thuis al genoteerd wat ik nodig zou hebben om zelf een frangipanetaart te bakken maar dat bleek niet nodig want al vlug vond ik de enige echte driekoningentaart inclusief kroon. En het geluk was aan mijn kant want het was de laatste. Nog vlug de Goed Gevoel met de gratis Weight Watchers dieetgids* meegegrabbeld en afgerekend.
Na het avondeten en bovenstaand kluchtje van Mark kon de taart aangesneden worden. Wie de boon (in dit geval een porceleinen beeldje) in z’n stuk taart vond, was de koning van de dag – of toch voor wat er nog van de dag overschoot. Bij de eerste snede had Mark het al zitten. Recht op dat perceleinen geval. De jongens hadden gelukkig niets door. Na het uitdelen van de stukken begonnen ze voorzichtig te eten. Ze waren precies bang om hun tanden stuk bijten. Na een hap of drie zag Warre iets vreemds uit zijn taart steken en begon hij te glunderen. Warre was de koning van de dag. Mark mocht de kroon hebben die Warre in de klas gemaakt had en met enige trots zette Warre de kroon uit de taartdoos op zijn hoofd. Daar zaten ze dan, mijn drie koningen, met hun mond vol taart zingend van Dwie koningen, dwie koningen, geef mij een nieuwe hoed….
* ‘k Stond daar nogal belachelijk aan de kassa. Een dieetgids en een frangipanetaart; die twee gaan dus absoluut niet samen. Of juist wel. Het ene ter compensatie van het andere.
Naast spelletjes spelen, klimmen en film kijken, gingen we in de kerstvakantie ook eens schaatsen. Het was voor de jongens de eerste keer dus bonden we hen schaatsen met dubbele ijzers aan. Warre was er niet voor te vinden want die schaatsen deden zijn voeten pijn. Bovendien wou hij zo’n schaatsen als zijn vake en als die andere kindjes die daar rondliepen. De twee-ijzer schaatsen gingen uit en er werden ‘echte’ schaatsen aan hun voeten geknoopt. Warre kon nog lopen met die schaatsen maar Lommes voeten kantelden bij elke stap. Op het ijs was het geen doen. Het werd de jongens meteen duidelijk dat schaatsen niet zo simpel is dus vroegen ze zelf om de schaatsen met twee ijzers.
Een halfuur na aankomst konden we eindelijk beginnen schaatsen. In het begin namen we elk een kind bij de hand en probeerden dat recht te houden terwijl we zelf ook nog recht probeerden te blijven. Zo schoven we de schaatsbaan rond. Daarna lieten we ze los en schuifelden ze zelf verder. Het was leuk om zien hoe die twee kleine mannetjes zich ongestoord een weg baanden tussen de voorbijzoevende schaatsers. Het duurde een tijdje maar Warre kreeg er toch nog plezier in. Lomme liet zich tussen ons gewillig meetrekken. Het was een fijne ervaring maar eerlijk gezegd, vond ik ze nog wat jong. Misschien moeten we de schaatsen nog een jaartje of twee aan de haak hangen.
Op de terugweg, in de auto, onstond een discussie over wie de baas is in huis. Tot dan werd aangenomen dat de oudste de baas is. Vake dus. En als vake er niet is, moeke. Maar Warre was niet (meer) akkoord.
Warre: “Moeke is de baas.” Lomme: “Vake!” Warre: “Neen, Lomme, als je vraagt om een koekje en vake denkt ‘ja’ maar moeke zegt ‘neen’ dan is het neen, é Lomme. Dus moeke is de baas.”
Het bleef stil aan Lommes kant en daarmee leek hij Warre gelijk te geven.
Het is ondertussen 23 jaar geleden (ik was toen negen) en nog steeds, rond de jaarwissel, speelt diezelfde film zich verschillende keren in mijn hoofd af.
Het is zaterdagavond laat. We zijn net thuis van één of andere kaartavond en maken aanstalten om naar bed te gaan als de bel gaat. Nonkel E. en tante M. aan de deur. Als mijn ouders onmiddellijk kunnen meekomen naar het ziekenhuis want mémé en pépé Meulebeke hebben een ongeval gehad. “Een ongeval, toch niet te erg?” hoor ik m’n vader zeggen. “Toch wel… alle twee. Dood.”
Ik zie mijn vader nog met de gasten in de living gaan terwijl mijn moeder zich over ons ontfermt. Iedereen weent, ook ik.
Het volgende moment lig ik op een matras in de kamer van het buurmeisje. Ik kan niet stoppen met snikken en smeek tot wie het horen wil om een mirakel. Als ik uiteindelijk in slaap val, stopt ook de film.
Van de dagen die volgden of van de begrafenis kan ik mij niets meer herinneren. Alleen dat éne moment vergeet ik niet.
Pépé was een tijdje ziek geweest maar op dat moment was hij redelijk goed. Zo goed zelfs dat hij sinds lang weer in de auto was gestapt om te gaan nieuwjaren. Op de terugweg had hij waarschijnlijk de snelheid van een tegenligger verkeerd ingeschat bij het inslaan van zijn eigen straat. De groene Opel Record werd gegrepen. Pépé zou op slag dood geweest zijn, mémé op weg naar of in het ziekenhuis.
Twee dagen voor het ongeval waren we nog met heel de familie bij hen thuis geweest. De volwassenen hadden zich verzameld in de living en werden bediend door mémé terwijl pépé vanuit zijn relaxzetel toekeek hoe het jong geweld de keuken en waskamer op stelten zette. En ik moet daar, als een trouw hondje, ergens in z’n buurt gezeten hebben.
Over wat er zich 23 jaar geleden heeft voorgedaan, wordt bij ons thuis niet meer gesproken maar ik vermoed dat ik niet de enige ben die op 3 januari terugdenkt aan pépé en mémé.
WAKKER WORDEN lieve mensen!!!!
Kom maar vlug je bedje uit.
Want terwijl je lag te slapen
is er iets héél raars gebeurd!
Kijk maar eens naar de kalender:
gisteren nog… zo dun
en vandaag… zo mega-dik!
‘t Is dus echt de hoogste tijd
om ‘t nieuwe jaar in te glijden!
Luister goed… We doen het zo:
Zet je zorgen aan de kant,
schud elkaar eens goed de hand,
Geef elkaar een zoen.
En….
Toost dan maar
op een heel “tof” jaar!!!
Warre
Je zag Lommes versie van wat moet zijn:
Ik vlieg nu in het nieuwe jaar.
Is er een mooi plekje daar?
Even kijken wat ik zie…
Mama’s armen, papa’s knie!
Goed, ik kom, hou jullie klaar.
Rrrrrrrrrrrrrrr…
Alstublieft, hier is mijn brief,
met een dikke zoen erbij… Van mij!!!