Er waren eens twee wielertoeristen die wilden gaan trainen in de Ardennen. Goed idee dacht ik bij mezelf en boekte meteen een gîte voor ons allemaal. Terwijl zij fietsten, zou ik me wel amuseren met de kindjes.
Donderdagmorgen vertrokken Mark en zijn broer Ringo op hun tweewieler richting Sivry. Ikzelf en de jongens propten de auto vol en anderhalf uur later vertrokken we ook deze richting uit. We hadden met Mark en Ringo afgesproken in Ath en als ik niet een halfuur verloren had met de laatste boodschappen, zouden we daar zowat samen aangekomen zijn. In Ath aan het station hebben we samen ons middagmaal naar binnen gewerkt.

Niet veel later vertrokken we voor het tweede deel van de reis. Wij met de wagen en zij met de fiets. Terwijl ik genoot van het landschap en de mooie uitzichten vonden de jongens een middagdutje meer op zijn plaats.

De auto stond nog niet helemaal stil of ik werd tegemoet gelopen door een enthousiast koppel eigenaars van de gîte. Zij was afkomstig van ‘bachten de kupe’ en sprak me in een wat verfranst Nederlands aan. De rondleiding begon buiten en eindigde in de gezellige gîte weermee ik op het Internet had kennisgemaakt. Mijn hart maakte een vreugdesprongetje want dit was precies wat ik wou. Na het afscheid met het koppel, maakt ik de jongens wakker om hen kennis te laten maken met wat ze al weken ‘het vakantiehuisje’ noemden.

Terwijl ik alles uit de wagen een plek gaf in het huisje, hielden de jongens elkaar gezelschap in afwachting van de komst van hun vake. Toen die liet weten dat ze in Sivry aangekomen waren, liepen we de vermoeide wielertoeristen tegemoet. We hebben nog even geduld uitoefenen tot de mannen ons vonden. In het dorp hadden ze blijkbaar nog niet veel gehoord van Rue de la Plumette.

De kilometerteller op de fiets gaf 170 km aan. Het was genoeg geweest voor vandaag. De mannen hadden nood aan eten en drank. Ik liet mijn gezelschap even voor wat het was en trok met mijn fototoestel de natuur in. Toen ik terugkwam, werd het hoog tijd om het avondeten klaar te maken. Spaghetti bolognese en een glaasje rodewijn, meer moest dat niet zijn. De rest van de avond werd gevuld met afruimen, kinderen te slapen leggen, foto’s opladen en bloggen.
De kindjes sliepen samen op de kamer in een stapelbed. Warre van boven en Lomme onderaan. Dikke leute natuurlijk tot we uiteindelijk Lomme in ons bed gelegd hebben. Pas dan vielen ze alletwee als een blok in slaap.
De jongens sliepen goed. Wij waren al lang wakker en klaar voor het ontbijt voor ze – nog slaperig – de leefruimte binnenkwamen. Na een uitgebreid ontbijt maakten de wielertoeristen zich op om weer wat kilometers te vreten. Vandaag stond Sivry – Chimay – Sivry op het programma. Wij hielden ons in alle rust bezig en als de mist opgetrokken was, trokken we naar buiten. In de tuin stond een schommel en aangezien dit het enige speeltoestel was, besloten de jongens om hun schommelangst over boord te gooien. Ik duwde ze elk om beurt en telkens een beetje hoger. Ze hadden enorm veel plezier en vonden zichzelf ongelooflijk stoer. Ondertussen probeerde ik er wat foto’s van te nemen.
Rond de middag gingen we boodschappen doen en tegen dat we goed en wel terug waren en een broodje gegeten hadden, waren de twee mannen terug met 105 km op hun teller. Deze prestatie beklonken ze met een trappist van de streek en tegelijkertijd speelden ze samen een stokbrood naar binnen. Na hun opfrisbeurt trokken we allemaal samen riching Lac de l’Eau d’Heure voor een uitgestippelde wandeling op kindermaat.
De jongens begonnen dapper aan de wandeling. In het begin hebben we wat gedold met een slagboom die ons de doorgang versperde en ook met de vele pluisjesbloemen in de berm. We waren nog geen 500 meter ver en we kregen al de eerste klachten binnen. Ze hadden geen zin meer om te wandelen. Gelukkig kregen we afleiding van een zweefvliegtuig dat gelanceerd werd. Even verder moesten we een kleine aardewegel nemen en was het opletten geblazen voor de vele netels maar de jongens waren enorm op hun hoede. Wat verderop stonden enkele koeien te grazen in de wei en dan kwam Lomme met de uitspraak van de dag: “Ik is niet een koej want ik heef geen vlekjes en ik is nie vuil“. Ondertussen stapten ze flink verder en voor we het wisten, kwamen we aan het laatste stuk recht door het bos. Warre voelde duidelijk dat het einde in zicht kwam en begon het op een lopen te zetten. Lomme ging erachteraan. Op die manier was onze wandeling vlug afgelopen.

Het flinke stappen werd beloond met een bezoekje aan een speelplein en een ijsje. Ons bezoekje was echter van korte duur want om 18u stipt schopten ze daar iedereen buiten. Terwijl ik de jongens een bad gaf, werd het avondeten klaargemaakt. Het avondritueel was ingezet.
Net voor ik wou gaan slapen werden we opgeschrikt door het brandalarm. Het duurde een tijdje voor ik het kon afleggen en ik had schrik dat de kindjes zouden wakker schieten maar die gaven geen krimp.
De volgende morgen vertrokken de mannen voor een laatste ritje. Onze voormiddag verliep gelijkaardig als de vorige. Schommelen, fietsen, boodschappen doen en eten. Als vake terug was (met 80 km op de teller), maakten we ons klaar om te gaan zwemmen. Daarvoor trokken we de grens over, naar ValJoly in Frankrijk. De jongens waren dolenthousiast en konden niet vlug genoeg het water in. ‘n Kleine 2 uren hebben we hen achterna gehold. Van ‘t ene bad naar ‘t andere, waar we heuse golven trotseerden, en van de glijbaan naar het bubbelbad. Alleen van dat babybadje moesten ze niets weten. Daar zat niet genoeg water in. Na (alweer) een ijsje vertrokken we richting gîte. Onder een dreigende hemel en met wat gedruppel maakte ik de barbecue klaar voor gebruik maar nog voor het vlees er op kon, trokken de wolken alweer open. We aten laat en de avond vloog voorbij. We hebben nochtans ons best gedaan om onze laatste avond zo lang mogelijk te rekken.
Zondagmorgen begon ik meteen met de opkuis want we wilden om 11u vertrekken. De jongens hielden zich koest in de zetel en keken voor de eerste keer Junglebook uit. Mark laadde de auto vol, hees de fietsen op het fietsrek en wanneer ik klaar was met de schoonmaak, namen we afscheid van de gîte en z’n eigenaars.

We propten onszelf in de wagen en ik reed mijn mannen veilig naar huis.
Slot.